Krachtige leeromgevingen van monodisciplinaire studentengroep online.

KWALITEITSVOL PRAKTIJK VOEREN

  • Plaats in curriculum: 3e jaar, Basisopleiding geneeskunde KU Leuven
  • Interprofessionele studentengroep: Neen
  • Authentieke context: Op campus – Online – Op locatie
  • Competenties: Coaching – Samenwerking – Coördinatie – Communicatie – Probleemoplossend denken – Patiënteducatie

——————————————————————————————————————–

VIDEO 

volgt later

——————————————————————————————————————–
SITUERING KRACHTIGE LEEROMGEVING

It needs a context to raise a (medical) student: Dit leertraject is opgebouwd volgens het onderwijsmodel ‘levensecht leren’ (Merriënboer, Roex ea), waarbij begeleide zelfstudie het leer- en toetsproces ondersteunt. De begeleiding wordt gradueel afgebouwd en de zelfstandigheid neemt toe in functie van de competenties van de student, mét aandacht voor de integratie van diverse deelcompetenties. Dit model gaat uit van activerend onderwijs in een blended context rondom een learning community met studenten, docenten, professionals uit verschillende contexten/disciplines (beleid en zorg) en patiënten.

Elk lesonderdeel omvat sequentieel een voorbereidende opdracht, een hoorcollege, een interactief hoorcollege met een expert, een geïntegreerde workshop met voorbereiding (geleid door peer tutoren) en een samenvattend geïntegreerd hoorcollege (zie figuur 1). De studenten krijgen achtergrondmateriaal, interactief materiaal en oefeningen, permanente zelfevaluatie en feedback door docenten en peertutors aangereikt. Het geheel wordt ondersteund door een digitaal leerplatform, met name Toledo.

De lesonderdelen starten vanuit complexe, levensechte problemen (vb. consult met een palliatieve patiënt: communicatie met een patiënt en omgeving, clinical evidence bij behandeling van pijn bij palliatieve patiënt, techniciteit van een spuitdrijver, zorgorganisaties betrokken bij palliatieve zorg, zorgethische dilemma’s).   De interdisciplinaire aanpak staat hierin centraal. De student maakt kennis met het micro, meso- en macrolevel in de gezondheidszorg en leert verder denken en handelen dan de medische discipline.

De professionele taken van de arts uit de eerste lijn staan in dit vak centraal.  Studenten verwerven stapsgewijs de nodige kennis, vaardigheden en attitudes om die taken binnen een veilige simulatieomgeving te kunnen oplossen.

Het leren vertrekt en eindigt in die concrete beroepstaken. De uiteenlopende aangereikte thema’s worden op een geïntegreerde wijze aangeboden.

In 2023 won Birgitte Schoenmakers de prijs van de onderwijsraad: https://www.kuleuven.be/onderwijs/prijs-onderwijsraad/2022-2023/gezondheid 

——————————————————————————————————————–

WAAROM IS KWALITEITSVOL PRAKTIJK VOEREN EEN KRACHTIGE LEEROMGEVING?

De student kan:

  1. tijdens een klinisch consult, de verschillende stappen die erin ondernomen worden duiden, verantwoorden en noteren in het elektronisch medisch dossier (EMD).
  2. een strategie uitwerken voor de aanpak van een ethisch probleem in het consult
  3. mits ondersteuning en in een simulatieomgeving, audits uitvoeren ter verbetering van de aanpak van bepaalde aandoeningen /probleemstellingen in de eerste lijn.
  4. aan de hand van een voorbeeld, illustreren hoe het curatieve en preventieve handelen van elkaar verschillen.
  5. aan de hand van een concrete casus illustreren hoe een continue wisselwerking bestaat tussen het individu en zijn omgeving.
  6. vertrekkende van een klinische of preventieve situatie in een eerste lijnssetting, de krachtlijnen (grote lijnen) uitstippelen van een plan voor de verbetering van de kwaliteit van zorg en voor het waarborgen van de patiëntveiligheid

Op de campus – online – op locatie

  • Op de campus: interactieve hoor- en werkcolleges onder leiding van peers, docenten en mensen uit het werkveld
  • Online/thuis: begeleide zelfstudie en groepswerk
  • Op locatie/in het werkveld: huisartsenpraktijk/pre-stage

Opdracht, theoretisch en praktisch hoorcollege, online oefeningen, workshops en geïntegreerde les

  • De voorbereidende opdracht heeft als doel studenten te motiveren en actieve participatie te stimuleren, het ijken van de voorkennis en pre-teaching (flipped classroom). Op dat moment worden de studenten al een eerste keer geconfronteerd met de multi-diverse context waarin artsen en patiënten elkaar ontmoeten. Deze voorbereiding wordt teruggekoppeld tijdens het theoretisch hoorcollege waarna verdere verdieping in de theorie volgt.
  • Direct aansluitend op elk theoretisch hoorcollege, volgt een ‘praktisch hoorcollege’ met telkens een spreker-expert uit het veld: beleid (mutualiteit, ziekenhuis, WZC), sociaal assistente (CAW, Kind & Gezin), zorgorganisatie (Huis voor Gezondheid), verpleegkundige (thuisverpleging, palliatieve zorg), patiënt (chronisch zieke, patiënt met communicatieconflict in hulpverlening, ex-drugverslaafde), zorgvoorziening (wijkgezondheidscentrum). Dit deel van het hoorcollege vertrekt vanuit het veld, wordt voorbereid samen met de docent, koppelt terug naar het theoretische gedeelte en is maximaal interactief. Via activerende werkvormen (digitaal votingsysteem, kleine buzz-groepjes en een digitaal mood board) wordt de grote groep studenten betrokken. Het doel van deze praktische les is het overdragen van de theorie naar de praktijk en het verbreden van de theoretische fundamenten. Daarnaast maken we studenten gevoelig voor de meerwaarde en de uitdagingen van het werken in interdisciplinaire en interprofessionele context.
  • Na het hoorcollege gaan studenten zelfstandig aan de slag met online oefeningen met ondersteunend materiaal en met automatisch gegenereerde feedback en mogelijkheid tot discussie/interactie met de docent. Het doel is studievoortgang boeken en testen, een persoonlijke leeragenda opmaken en leren leren. Daarna volgen peer-begeleide workshops onder supervisie van een docent, waarin competenties op een geïntegreerde manier worden verdiept en verbreed. Studenten leren hier ook samenwerken en feedback geven en ontvangen. De workshops worden teruggekoppeld naar de les zodat studenten theorie en praktijk leren koppelen en vragen leren formuleren en stellen.
  • Na de tweede digitale oefensessie met vooral procedurele ondersteuning (van wat naar hoe) en na de laatste workshop, volgt een geïntegreerde les. Hierin gebeurt de integratie van alle voorgaande lesonderdelen om de studenten de samenhang te laten begrijpen, de inzichten te bestendigen en de leeragenda te voltooien. In deze afsluitende geïntegreerde les lossen studenten een realistische situatie op vanuit de verschillende perspectieven en disciplines waarmee ze doorheen het leertraject aan de slag gingen.

Figuur 1 : Sequens opbouw OLA Kwaliteitsvol praktijk voeren

Het hele leertraject is dus ultiem ‘blended’ opgesteld om het leereffect te maximaliseren:

  • de lesvormen variëren,
  • de lesgevers komen niet alleen uit de academische wereld maar ook uit het veld en uit verschillende disciplines, zorg- en welzijnsorganisaties, beleid en uit de gemeenschap (patiënten)
  • de leerinhouden worden fysiek en digitaal aangeboden in zowel verdiepende als in verbredende context en als flipped classroom
  • interactie verloopt direct tijdens de interactieve lessen en indirect via het leerplatform waar de studenten feedback krijgen op hun leerproces,
  • Toledo wordt maximaal gebruikt voor het aanbod lesmateriaal, oefeningen, testjes, polls, video’s, actua en vormt een logisch opgebouwd leerplatform

Kennistoets en gevalsbesprekingen, stage-evaluatie

Dit opleidingsonderdeel (OPO) wordt geëvalueerd aan de hand van 4 deelscores (1 per OLA). 

De uiteindelijke OPO score wordt berekend op basis van een weging volgens deze formule: OLA Het klinisch consult: 3/6, OLA Zorg in de eerste lijn: 1/6, OLA Kwaliteit van zorg en patiëntveiligheid 2/6. De student moet op alle onderdelen van het OPO (examen en pre-stage) slagen om te kunnen slagen op het OPO.

Een student die niet slaagt op de pre-stage (= FAIL) zal als eindscore op het OPO een 7/20 krijgen, ongeacht de behaalde score op het examen.

  • Elektronische toets met meerkeuzevragen en open vragen, waarbij kennisvragen en gevalsbesprekingen aan bod komen
  • Evaluatie van de student door de stagebegeleider op het facultair scoreformulier.

——————————————————————————————————————–

RANDVOORWAARDEN VOOR IMPLEMENTATIE

Welke moeilijkheden kom je tegen bij de uitvoering/implementatie van dit opleidingsonderdeel? Wat was helpend?

Hindernissen

Geen, indien aan de voorwaarden voldaan wordt: zie hefbomen.

Hefbomen

Deze opbouw en uitwerking kan gebruikt worden in elke opleiding. We willen immers studenten afleveren die bereid zijn kritisch naar het eigen handelen te kijken en een leeragenda te onderhouden en die kunnen samenwerken met andere disciplines: zelfs in een wiskundige opleiding zijn er mensen uit het veld die het belang van wiskunde in de maatschappelijke en professionele context kunnen linken aan de theoretische lessen.

Bovendien is het cyclische principe waarbij een theoretische grondslag wordt gegeven en meteen gevolgd door een praktische toepassing, bruikbaar in alle opleidingen. Het schema is eenvoudig op te volgen en uit te werken als aan een aantal randvoorwaarden is voldaan.

    • Beschikbaarheid van een digitale leeromgeving met voldoende feedback.
    • Creëren van lesmateriaal dat zich leent voor blended learning.
    • Opleiden van peertutoren.
    • Engageren en instrueren van mensen uit het veld.
    • Instructie van studenten over het onderwijsmodel.
——————————————————————————————————————–
ALGEMENE INFORMATIE OVER HET OPLEIDINGSONDERDEEL KWALITEITSVOL PRAKTIJK VOEREN
 
  • Onderwijsinstelling: Katholieke Universiteit Leuven
  • Richting: Bachelor in de geneeskunde
  • Jaar: 3de jaar
  • Verantwoordelijke lesgever:   
  • Aantal studiepunten en tijdsbesteding: 7 STP –  82 contacturen
    • Opgedeeld in 4 onderdelen:
      • Het klinisch consult (3 STP, 22u)
      • Zorg in de eerste lijn (1.5 STP, 9u)
      • Kwaliteit van zorg en patiëntveiligheid (1.5 STP, 8u)
      • Pre-stage huisartsgeneeskunde (1 STP, 43u)
  • VTE belasting lesgever: 82 contacturen verdeeld over docenten, onderwijsondersteuners en peer tutoren 
  • Link naar ECTS fiche:
    • link naar ECTS-fiche_kwaliteitsvol praktijk voeren_KUL
    • pdf: ECTS_kwaliteitsvol praktijk voeren_KUL
    • Extra info:
      • Referenties

        1. Vandewaetere M, Manhaeve D, Aertgeerts B, Clarebout G, Van Merrienboer JJ, Roex A. 4C/ID in medical education: How to design an educational program based on whole-task learning: AMEE Guide No. 93. Med Teach. 2015;37(1):4-20.
        2. Frerejean J, van Merriënboer JJG, Kirschner PA, Roex A, Aertgeerts B, Marcellis M. Designing instruction for complex learning: 4C/ID in higher education. European Journal of Education. 2019;54(4):513-24.
  • Onderdeel van een leerlijn: Deel van de leerlijn Mens, Milieu en Maatschappij 

DOELGERICHTE EERSTELIJNSZORG

 

  • Plaats in curriculum: 3e jaar, Bachelor in ergotherapie
  • Interprofessionele studentengroep: Neen
  • Authentieke context: Op campus – Online – Op locatie
  • Competenties: Coaching – Samenwerking – Coördinatie – Communicatie – Probleemoplossend denken – Patiënteducatie

——————————————————————————————————————–

VIDEO 

geen filmpje beschikbaar

——————————————————————————————————————–
SITUERING KRACHTIGE LEEROMGEVING

In dit keuze opleidingsonderdeel worden studenten ondergedompeld in de eerstelijnszorg, het kader van geïntegreerde zorg, thema’s zoals doelgerichte zorg, zelfmanagement en interprofessionele samenwerking én de rol van de ergotherapeut in de eerste lijn. In dit opleidingsonderdeel worden de lesinhouden toegepast in real life en gaat de student op zoek naar relevante en betekenisvolle activiteiten voor de persoon met een zorg- en ondersteuningsnood (PZON) die door de chronische aandoening, de multimorbiditeit en/of sociale problemen niet meer mogelijk zijn.

Doelgerichte zorg is een nieuwe visie op zorg en welzijn. Doelgerichte zorg  stelt de levensdoelen van de PZON centraal. Er is heel veel onderzoek beschikbaar, maar de toepassing in de praktijk is evenwel niet zo evident. Om die gap tussen theorie en praktijk te overbruggen, is dit opleidingsonderdeel cruciaal om toekomstige studenten voor te bereiden op de praktijk. Doelen worden jammer genoeg vaak geformuleerd vanuit een probleem perspectief (de ziekte) en niet vanuit een behoefte perspectief (de mens). Het komt er vaak op neer dat het professionele doelen zijn en geen levensdoelen. Inzichten vanuit een praktijkgericht kwalitatief onderzoek van de Arteveldehogeschool werden omgezet naar een methodiek die net die zaken bevraagt die door de PZON als belangrijk worden aangegeven. Zo werd CLEVER ontwikkeld, een protocol met gestructureerde interview gids om – vertrekkend vanuit betekenisvolle activiteiten – levensdoelen helder te krijgen voor de persoon zelf en zijn omgeving, inclusief het eerstelijns team. De studenten krijgen inzicht in de verschillende actuele concepten: doelgerichte zorg, zelf management en transdisciplinair samenwerken en gaan snel zelf aan de slag met verschillende methodieken en tools doelgerichte zorg, zoals CLEVER. CLEVER is een tool die met name geschikt is voor ergotherapeuten door de focus op betekenisvolle activiteiten.

Meer info over CLEVER: https://www.arteveldehogeschool.be/projecten/clever-doelbepaling-eerstelijnsgezondheidszorg

 

——————————————————————————————————————–

WAAROM IS DOELGERICHTE EERSTELIJNSZORG EEN KRACHTIGE LEEROMGEVING?

De student:

  1. kent de eerste lijn in relatie met integrated care, organisatie van de eerste lijn en belangrijkste pijlers van de eerste lijn, namelijk doelgerichte zorg, zelfmanagement ondersteuning en transdisciplinair samenwerken.
  2. voert een gesprek met een pzon en stelt een gepast plan op volgens de principes van shared decision making met inbegrip van interdisciplinaire planning.
  3. neemt een tool doelgerichte zorg af waaruit blijkt dat de student via een gesprek een vergroot begrip krijgt in de situatie van de cliënt. De student reflecteert over de afname van een tool doelgerichte zorg en de toepasbaarheid van de methodiek binnen een reële werksetting.
  4. ontwikkelt kritische zin en geeft blijk van een innovatie-gerichte onderzoeksinstelling.
  5. kan op een creatieve en duidelijke manier communiceren met externen.

Campus – thuis/online – op locatie/real life

  • Campus: interactieve hoorcolleges, groepsdiscussies, overleg
  • Thuis: begeleide zelfstudie, reflectie, opdracht maken
  • Real life:
    • Gesprekken met een persoon met een zorg en ondersteuningsnood (gebruik van een tool doelgerichte zorg, vb clever).
    • in de buurt: wijkgezondheidscentrum.

Theorie, getuigenissen, praktijk, casuïstiek, groepsdiscussies, reflectie en creatieve presentatie

  • Theorie: hoorcolleges waar de recente (re)organisatie van de eerste lijn, doelgerichte zorg, zelfmanagementondersteuning, interdisciplinair samenwerken, geïntegreerde zorg, zorgzame buurten, ergotherapie in de eerste lijn… aan bod komen.
  • Getuigenissen van ergotherapeuten in de eerste lijn: mix van zelfstandige ergotherapeuten en ergotherapeuten in dienstverband.
  • Praktijk: eerst in de les aan de slag met een tool doelgerichte zorg om vervolgens in real life met een PZON doelen helder te krijgen.
  • Casuïstiek: via de real life casus stellen de studenten een interdisciplinair zorgplan op.
  • Groepsdiscussies: over de thema’s die in de lessen aan bod komen.
  • Reflectie en creatieve presentatie: werkstuk en filmpje voorstellen om ervaringen te delen met de groep en lesgevers.

Werkstuk

De studenten worden geëvalueerd op hun werkstuk volgens de volgende criteria. Deze criteria gelden voor alle keuze opleidingsonderdelen.

  • De student toont aan dat hij/zij theoretische kennis heeft over de onderwerpen van dit keuze-olod: /5
  • De student kan geïntegreerd therapeutische technieken en methoden toepassen bij de doelgroep.: /5
  • De student toont aan waar hij/zij zich verder kan verdiepen in de materie behandeld in dit keuze-olod: /5
  • De student bewijst dat dit keuze-olod zijn/haar therapeutische ontwikkeling naar een hoger niveau heeft gebracht: /5

——————————————————————————————————————–

RANDVOORWAARDEN VOOR IMPLEMENTATIE

Welke moeilijkheden kom je tegen bij de uitvoering/implementatie van dit opleidingsonderdeel? Wat was helpend?

Hindernissen

  • Het is een keuze opleidingsonderdeel.
  • De studenten moeten inschrijven voor een thema naar keuze. In elk keuze opleidingsonderdeel zijn er echter beperkte plaatsen waardoor sommige geïnteresseerde studenten uit de boot vallen terwijl anderen ingeschreven zijn in een opleidingsonderdeel dat niet hun eerste keuze is. Hierdoor kan de motivatie van sommige studenten laag zijn.

Hefbomen

  • Eerstelijnszorg komt steeds meer op de kaart. Studenten zien ook steeds meer het belang van eerstelijnszorg.
  • Publicatie van Go Ergo. Go! waardoor ergotherapie in de eerste lijn meer zichtbaarheid heeft gekregen.
  • Een keuzemodule geeft vrijheid en flexibiliteit om nieuwe innovaties en concepten aan studenten mee te geven.
——————————————————————————————————————–
ALGEMENE INFORMATIE OVER HET OPLEIDINGSONDERDEEL DOELGERICHTE EERSTELIJNSZORG
 
  • Onderwijsinstelling: Artevelde Hogeschool
  • Richting: Bachelor in de Ergotherapie
  • Jaar: 3e jaar
  • Verantwoordelijke lesgever:   

METHODISCH WERKEN IN LOGOPEDIE EN AUDIOLOGIE

  • Plaats in curriculum: 1ste jaar, Bachelor in de logopedie en audiologie.
  • Interprofessionele studentengroep: Neen
  • Authentieke context: Op campus – Online 
  • Competenties: Coaching – Samenwerking – Coördinatie – Communicatie – Probleemoplossend vermogen – Patiënteducatie – Assessment – Therapie/interventie

——————————————————————————————————————–

VIDEO 

geen filmpje beschikbaar

——————————————————————————————————————–
SITUERING KRACHTIGE LEEROMGEVING

Het contactonderwijs wordt georganiseerd via interactieve hoorcolleges, werkcolleges en praktijklessen. De lesgevers van dit opleidingsonderdeel aarzelen niet om mee in te stappen met de studenten in praktijklessen van andere opleidingsonderdelen. Aan de hand van teamteaching wordt het methodisch handelen concreet toegepast binnen de verschillende interventiedomeinen. Daarnaast wordt het zelfstandig en samenwerkend leren gestimuleerd via taken en opdrachten in zelfstudie of in groep. Op het einde van de lessenreeks vindt een responsiecollege plaats.

 

Volgende thema’s komen aan bod:

  • Visie op zorg en methodisch werken: evoluties en trends in de gezondheidszorg en maatschappij, procesmodel, stakeholders in het zorgproces (patiënt, professional, context)
  • Het biopsychosociaal model – ICF
  • Diagnostisch handelen: intake, onderzoek, gebruik van testmateriaal, diagnoseteam, adviesgesprek, observatie-en registratiemethoden, onderzoeksplan en onderzoeksverslag
  • Therapeutisch handelen: didactiek/orthodidactiek, model Van Gelder, model van Deming, SMART-doelen, didactische principes, behandelplan en sessieverslag
  • Situering organisatie onderwijs, gezondheidszorg en welzijn in Vlaanderen
  • Digitalisering
  • Ethiek en deontologie: patiëntenrechten, definities en begrippen die met de discipline ethiek verbonden zijn, relatie ethiek-deontologie-wetgeving, invloed van waarden op het handelen (persoonlijk, anderen, werkveld
 

——————————————————————————————————————–

WAAROM IS METHODISCH WERKEN IN LOGOPEDIE EN AUDIOLOGIE EEN KRACHTIGE LEEROMGEVING?

De student:

  1. plant en voert screeningsactiviteiten uit
  2. stelt vanuit een gefundeerde visie op zorg een wetenschappelijk onderbouwd assessmentplan op, voert deze uit, evalueert en stuurt bij waar nodig
  3. stelt vanuit een gefundeerde visie op zorg een wetenschappelijk onderbouwd interventieplan op, voert deze uit, evalueert en stuurt bij waar nodig
  4. coacht, traint en adviseert vanuit een logopedische/audiologische expertise
  5. werkt samen met cliënt, cliëntsysteem, collega’s en andere disciplines en medeverantwoordelijkheid dragen
  6. ontwerpt een duurzame werkomgeving en beheert deze volgens de geldende kwaliteitscriteria vanuit een kritische en ondernemende ingesteldheid: ondernemingsplan, beroepsadministratie, …
  7. rapporteert en communiceert over het logopedisch/audiologisch handelen
  8. reflecteert over levensbeschouwing en zingeving (ethiek)
  9. reflecteert en stimuleert eigen professionele ontwikkeling (levenslang leren)

Campus – online 

  • Op de campus: hoorcolleges, praktijklessen, debat, skillslab
  • Online: taken in zelfstudietijd

Interactieve hoorcolleges – werkcolleges – praktijklessen/skillslab – zelfstudie/digitaal leerpad – casuïstiek – opdrachten

  • Interactieve hoorcolleges, werkcolleges en praktijklessen met een ‘blended’ karakter.
  • Studenten krijgen de theorie via hoorcolleges en gaan nadien in groep aan de slag tijdens praktijklessen. We werken telkens met dezelfde subgroepjes om de samenwerkingsvaardigheden te versterken.
  • Sommige theoretische inhouden worden door de studenten zelf verwerkt aan de hand van verschillende kennisclips of verrijkte powerpoints. In de praktijk wordt de theorie concreet toegepast aan de hand van casussen (al dan niet met illustratieve filmpjes).
  • Theoretische inhouden die studenten zelfstandig dienden te verwerken, worden getoetst vooraleer verder te gaan met de praktische toepassing in praktijklessen (cf. team-based-learningmethode).
  • Er wordt ook gewerkt met een volledig digitaal leerpad in Canvas dat studenten zelfstandig moeten doorlopen.
  • Zelfstandig en samenwerkend leren via taken en opdrachten in zelfstudie of in groep.
  • Op het einde van de lessenreeks krijgen studenten de kans om vaardigheden extra in te oefenen in subgroepen (skillslab). Dit vormt een extra (en zinvolle) oefenkans voor het observatie-examen.

Vooruitgeschoven schriftelijk examen (20%) – observatie-examen (50%) – schriftelijk examen (30%)

  • Een aantal inhouden worden via team-based learning aangebracht en schriftelijk geëvalueerd tijdens een vooruitgeschoven examen (schriftelijke evaluatie). 20%
  • Het observatie-examen bestaat uit het tonen van deelvaardigheden in een carrousel. 50%
  • Het schriftelijk examen bestaat uit meerkeuzevragen, open vragen en de deelvaardigheden observeren, rapporteren en beoordelen beroepsproducten (onderzoeksplan, onderzoeksverslag, sessieverslag). 30%

——————————————————————————————————————–

RANDVOORWAARDEN VOOR IMPLEMENTATIE

Welke moeilijkheden kom je tegen bij de uitvoering/implementatie van dit opleidingsonderdeel? Wat was helpend?

Hindernissen

  • Het observatie examen vergt heel wat tijdsbelasting van verschillende docenten om alle studenten aan het werk te kunnen zien en vergt heel wat organisatie van de verantwoordelijke lesgever.
  • Financiering van dit OLOD ligt vrij hoog, omwille van de verschillende lessen in teamteaching.
  • Sommige PDT-studenten hebben vrijstellingen voor de OLODS van de interventiedomeinen waar teamteaching plaatsvindt. Dat vergt wat organisatie om voldoende oefenkansen te voorzien.

Hefbomen

  • De samenwerking tussen de experts van de verschillende interventiedomeinen en de docenten ‘methodisch handelen’ (cf. teamteaching) maakt dat de studenten de basisprincipes van dit logopedisch/audiologisch handelen van bij de start correct kunnen toepassen in eenvoudige situaties.
  • Het observatie-examen geeft een grondig beeld van het functioneren van de student voor eenvoudige logopedische/audiologische handelingen.
——————————————————————————————————————–
ALGEMENE INFORMATIE OVER HET OPLEIDINGSONDERDEEL METHODISCH WERKEN IN LOGOPEDIE EN AUDIOLOGIE
 
  • Onderwijsinstelling: Artevelde Hogeschool
  • Richting: Bachelor in de logopedie en audiologie
  • Jaar: 3e jaar
  • Verantwoordelijke lesgever:   
    • Lien Goethals
    • Contact: lien.goethals@arteveldehs.be