Krachtige leeromgevingen van monodisciplinaire studentengroep op de campus.

EERSTELIJNSGEZONDHEIDSZORG 

  • Plaats in curriculum: 3e jaar, Bachelor in verpleegkunde
  • Interprofessionele studentengroep: neen
  • Authentieke context: Op campus
  • Competenties: Samenwerking – Coördinatie – Communicatie – Probleemoplossend vermogen

——————————————————————————————————————–

VIDEO 

Eerstelijn gezondheidszorg_filmpje

——————————————————————————————————————–
SITUERING KRACHTIGE LEEROMGEVING
Het opleidingsonderdeel vertrekt vanuit een reële patiënt (= casus vanuit stage of iemand die men persoonlijk kent) waarbij de studenten in groep de noden en behoeften van de zorggebruiker en mantelzorger binnen het zorgplan van de eerste lijn analyseren en aanbevelingen formuleren over de optimalisatie van een multidisciplinair zorgplan in de eerste lijn.  

——————————————————————————————————————–

WAAROM IS EERSTELIJNSGEZONDHEIDSZORG EEN KRACHTIGE LEEROMGEVING?

De student: 

  1. hanteert de vaktermen en begrippen gerelateerd aan de eerstelijn.
  2. situeert de rol van verpleegkundige en de andere betrokken actoren in de eerstelijnsgezondheidszorg in Vlaanderen.
  3. werkt doelgericht samen aan een concrete casus om de noden en behoeften van zorggebruiker en mantelzorger binnen het zorgplan van de eerstelijn te analyseren (analyseren).
  4. verduidelijkt aan de hand van een casus de verschillende samenwerkingsvormen in de eerste lijn.
  5. formuleert voor een concrete casus aanbevelingen over de optimalisatie van een multidisciplinair zorgplan in de eerstelijn 

  • Campus

authentiek en complex: reële patiënt (casus) en getuigenissen van professionals werkzaam in de eerste lijn

Groepswerk, casuïstiek, discussies/overleg, getuigenissen, hoorcollege

  • Ondersteunende lessen door een multidisciplinair team lesgevers (diëtist, verpleegkundige uit de eerste lijn en sociaal verpleegkundige). 
  • Getuigenissen door professionals werkzaam in de eerste lijn (vb. ergotherapeut, coördinator van een eerstelijnszone, apotheker, centrum geestelijke gezondheidszorg, thuiszorg & lokale dienstencentra, verpleegkundige werkzaam in de huisartsenpraktijk, e-health, thuisverpleging, …).
  • Discussies en overlegmomenten met lesgevers en professionals tijdens de lessen.
  • Uitwerken van de casus in groep: noden en behoeften analyseren en aanbevelingen formuleren ter optimalisatie van het multidisciplinair zorgplan.

Groepsopdracht en kennistoets

Kennistoets 30%

  • Meerkeuze kennistoets tijdens de les
    • bij de start en aan het einde van het vak
    • individueel (15%) + groep (15%) 

Groepsopdracht 70%

  • Noden en behoefte analyse en aanbevelingen voor geïntegreerd zorgplan.
  • Deze opdracht wordt schriftelijk verbeterd aan de hand van een verbetersleutel met duidelijke evaluatiecriteria (rubric) die studenten ook ontvangen.

——————————————————————————————————————–

RANDVOORWAARDEN VOOR IMPLEMENTATIE

Welke moeilijkheden kom je tegen bij de uitvoering/implementatie van dit opleidingsonderdeel? Wat was helpend?

Hindernissen

  • Voldoende spreiding van de lessen in de jaarplanning, zodat studenten tijd krijgen om het proces te doorlopen en alle didactische werkvormen aan bod kunnen komen. 

Hefbomen

  • Multidisciplinair team van lesgevers.
  • Gastsprekers die op de hoogte zijn van nieuwe tendensen/ontwikkelingen in de eerste lijn.
  • Het cursusmateriaal bestaat uit: artikels, webpagina’s, lezingen van gastsprekers en kan eenvoudig geüpdatet worden.  
  • Een verbetersleutel met duidelijke evaluatiecriteria (rubric). 
  • Aandacht voor procesbegeleiding; studenten krijgen bij de start van elke les informatie over het doel van het lesuur & waar ze staan in het leerproces.
——————————————————————————————————————–
ALGEMENE INFORMATIE OVER HET OPLEIDINGSONDERDEEL EERSTELIJNSGEZONDHEIDSZORG
 
  • Onderwijsinstelling: Thomas More Turnhout
  • Richting: Bachelor Verpleegkunde
  • Jaar: 3de jaar
  • Verantwoordelijke lesgever:    
    • Jasmien De Doncker 
    • Contact: jasmien.dedoncker@thomasmore 
  • Aantal studiepunten en tijdsbesteding: 3 STP – 21 contacturen
  • VTE belasting lesgever: 0,1 VTE verdeeld over 3 docenten (2 verpleegkundigen + 1 diëtiste en gastsprekers 1e lijn) 
  • Link naar ECTS fiche:
  • Onderdeel van een leerlijn: Deel van de leerlijn “zorgregisseur”  
    • Fase 1: zichzelf beter leren kennen  
    • Fase 2: patiënten beter leren kennen vanuit hun ziektebeeld  
    • Fase 3: in groep aan de slag rond casus in de eerste lijn  
    • Fase 4: individueel aan de slag met een pzon tijdens een langdurig coachingsproject  

VOORBEELD EVALUATIECRITERIA VERBETERSLEUTEL

verbetersleutel_eerstelijnsgezondheidszorg_ThomasMore

INTEGRALE ZORG (BUDDYPROJECT)         

  • Plaats in curriculum: 4e jaar, Bachelor in verpleegkunde
  • Interprofessionele studentengroep: neen
  • Authentieke context: Op campus – Op locatie
  • Competenties: Coaching – Samenwerking – Coördinatie – Communicatie – Probleemoplossend vermogen – Patiënteducatie

——————————————————————————————————————–

VIDEO

Integrale zorg (buddyproject)_filmpje

——————————————————————————————————————–
SITUERING KRACHTIGE LEEROMGEVING
 

De student wordt toegewezen aan een zorgvrager met een langdurig verpleegprobleem in een maatschappelijk kwetsbare situatie. De student coacht de zorgvrager gedurende 8 maanden en stimuleert gezondheidsbevorderend gedrag bij de zorgvrager. Dit gebeurt vanuit de visie van zelfmanagementondersteuning, gedeelde besluitvorming en patiënteducatie.  

De student neemt geen verpleegkundige taken op, en wordt buddy van de zorgvrager. Vanuit deze rol krijgt de student een andere en ruimere blik op de situatie van de zorgvrager. De student bouwt een band op met de zorgvrager en leert zijn noden en behoeften echt kennen (zorg en welzijn, levensdomeinen, krachten, motivatie). De student komt met de zorgvrager en zijn netwerk tot gezamenlijke besluitvorming. Hierbij tracht de student ook diensten met elkaar in contact te brengen.   

Het is praktijkgericht. Studenten gaan zelf aan de slag. Ze coachen iemand autonoom in real life. Ze werken samen in en met het werkveld. De studenten coachen elkaar en lesgevers coachen studenten. De intervisiemomenten zijn zeer belangrijk om even stil te staan bij het traject.  

Studenten krijgen het advies om twee keer per maand een face-to-face contact te plannen met de zorgvrager. Dit kan afgewisseld worden met andere contactvormen zoals berichten, telefoongesprekken of een email. Een face-to-face contact kan plaatsvinden in de thuiscontext van de zorgvrager. Al blijkt uit de praktijk dat studenten de zorgvrager graag uitdagen om een stapje in de wereld te zetten (bv. samen naar de winkel gaan, een wandeling maken).  

Voor dit project werkt de opleiding samen met meer dan twintig organisaties uit de regio vanuit verschillende zorgdomeinen (VAPH, Beschut Wonen, woonzorgcentra, jeugdzorg, huisartsenpraktijk, OCMW, lokale dienstencentra, …). Zij gaan op zoek naar zorgvragers met interesse in dit project en zorgen voor de toeleiding. Waar mogelijk gaat de student zelf op zoek naar een zorgvrager uit zijn regio.  

——————————————————————————————————————–

WAAROM IS INTEGRALE ZORG EEN KRACHTIGE LEEROMGEVING?

De student:  

  • coacht autonoom, vanuit een visie op empowerment en shared decision making, gezondheidsbevorderend gedrag.  
  • organiseert, vanuit een visie op empowerment en shared decision making, patiënteducatie.  
  • bouwt intra- en interprofessionele relaties op om gezondheidsbevorderend gedrag bij de zorgvrager tot stand te brengen.  

Op de campus – op locatie

op de campus

  • intervisiemomenten,
  • vrijblijvende workshops o.a. “Bruggenbouwers” (bordspel) 

op locatie

  • bij de pzon thuis
  • 1 op 1 coaching
  •  

Coaching, logboek, interviesiemomenten en workshops

  • Coachen: Zorgvrager met een langdurig verpleegprobleem in een maatschappelijk kwetsbare situatie gedurende 8 maanden coachen en gezondheidsbevorderend gedrag stimuleren. Dit vanuit de visie van zelfmanagement-ondersteuning, gedeelde besluitvorming en patiënteducatie.  
  • Logboek: Logboek bijhouden waarin de student aantoont dat hij intra- en interprofessionele relaties opbouwt en efficiënt samenwerkt in het kader van gemeenschappelijke zorgdoelstellingen .
  • 4 intervisiemomenten van 2CU: hoe verloopt begeleiding, hindernissen, successen… Studenten coachen elkaar en leren uit elkaars situaties. 
  • Vrijblijvende workshops
    • over assertiviteit in samenwerking met andere professionals
    • bordspel “bruggenbouwers” waarbij studenten verpleegkunde werken rond casussen.
      • Welke stappen kunnen er genomen worden om informatie uit een casus te halen, ven-diagram rond verschillende levensdomeinen (werk, sociaal netwerk, leven…) en hoe kan je met behulp van verschillende methodieken tot oplossingen komt. 

Procesevaluatie en eindreflectie met mondelinge toelichting

Procesevaluatie 40%

  • Aan de hand van een logboek en intervisiemomenten,
  • met aandacht voor de attitude van de student.
  • Hiervoor wordt een  verbetersleutel gehanteerd die studenten op voorhand krijgen (40%).  
    • Actief meewerken tijdens intervisies,   
    • leerproces weergeven in het logboek,   
    • coachen/ondersteunen andere studenten,   
    • reflecteren over hoe zij als persoon in die begeleiding staan (vb. open/gesloten houding naar zorgvrager, betrokkenheid (zijn ze op hun gemak bij zorgvrager of zijn ze niet geëngageerd en gaan ze niet vaak langs, durven ze niets aannemen/drinken omdat ze niet op hun gemak zijn, zijn ze bang van honden die rondlopen,…)) .

Eindreflectie met mondelinge toelichting 60%

  • aan de hand van een eindreflectieverslag
  • en mondelinge toelichting (60%).
  • Centraal in de evaluatie staan coachen van gezondheidsbevorderend gedrag en intra- en interprofessioneel samenwerken.
    • Wordt de kennis van de voorbije jaren toegepast? (vb. kennis vanuit opleidingsonderdelen geestelijke gezondheidszorg, coachende vaardigheden, gezondheidsbevordering,…)  
    • Worden inzichten uit het boek “Integraal werken: Bruggen bouwen tussen welzijn en gezondheid” toegepast op de pzon.

——————————————————————————————————————–

RANDVOORWAARDEN VOOR IMPLEMENTATIE

Welke moeilijkheden kom je tegen bij de uitvoering/implementatie van dit opleidingsonderdeel? Wat was helpend?

Hindernissen

  • Zoektocht naar zorgorganisaties en zorgvragers kost tijd.
    • De jaarlijkse zoektocht naar zorgvragers verloopt steeds beter. Toch is dit arbeidsintensief. Vanuit de hogeschool wordt dit proces aangestuurd. Er is regelmatig en intensief contact nodig met de organisaties om de toeleidingen vlot te laten verlopen. Doorheen de jaren zijn er veel contacten uitgebouwd waardoor er in 2022-2023 zelfs te veel aanmeldingen kwamen. De hele opstart en uitrol van dit vak in de opleiding heeft veel werkuren gevraagd.

Hefbomen

  • Aandacht voor procesbegeleiding: stilstaan bij het traject en coaching van de studenten is belangrijk. 
  • Positieve effecten voor zorg- en welzijn in het algemeen: 
    • Studenten geven aan dat verschillende diensten (bv. endocrinologie, thuiszorg, nefroloog,…) niet met elkaar samenwerken. Door dit project brengen ze diensten met elkaar in contact.  
    • Soms komen doelen die de zorgorganisatie vooropstelt voor de pzon niet overeen met de doelen die de pzon zelf wil bereiken. Door dit project worden de doelen van de pzon duidelijk voor de organisatie. 
    • Er komen jaarlijks meer aanmeldingen. Het project is ondertussen bekend bij organisaties en laat op een heel positieve manier indruk na bij zorgvragers en hulpverleners. De student-buddy kan een bijzonder mooie aanvulling zijn op het reeds bestaande hulptraject. 
  • In 2022: Organisatie van een slotevent voor zorgvragers, studenten, zorgorganisaties en lesgevers om succes van het project in de picture te zetten.
    • Het zou fijn zijn moest dit jaarlijks plaatsvinden om het buddyjaar zichtbaar af te ronden en zorgvragers en studenten in de bloemetjes te zetten. De inzet van studenten is vaak bijzonder groot. Aan de hand van getuigenissen werden succesverhalen en hindernissen geschetst.
    • Tijdens het slotmoment wordt stilgestaan bij de kleine en grote stappen die de zorgvragers hebben gezet samen met hun buddy. 
——————————————————————————————————————–
ALGEMENE INFORMATIE OVER HET OPLEIDINGSONDERDEEL INTEGRALE ZORG (BUDDYPROJECT)
 
  • Onderwijsinstelling: Thomas More Turnhout
  • Richting: Bachelor Verpleegkunde
  • Jaar: 4e jaar
  • Verantwoordelijke lesgever:    
  • Aantal studiepunten en tijdsbesteding: 5 STP – 17 contacturen
  • VTE belasting lesgever: 0.2 VTE verdeeld over 6 lesgevers
  • Link naar ECTS fiche:
  • Onderdeel van een leerlijn: Deel van de leerlijn “zorgregisseur”
      • Fase 1: zichzelf beter leren kennen
      • Fase 2: pzon beter leren kennen vanuit hun ziektebeeld
      • Fase 3: in groep aan de slag rond casus in de eerste lijn
      • Fase 4: individueel met een persoon met een zorgnood aan de slag voor een langdurig coachingsproject

EXTRA INFORMATIE

Verbetersleutel gebruikt om de doelstellingen te evalueren bij het opleidingsonderdeel integrale zorg in 2020-2021 .

KWALITEITSVOL PRAKTIJK VOEREN

  • Plaats in curriculum: 3e jaar, Basisopleiding geneeskunde KU Leuven
  • Interprofessionele studentengroep: Neen
  • Authentieke context: Op campus – Online – Op locatie
  • Competenties: Coaching – Samenwerking – Coördinatie – Communicatie – Probleemoplossend vermogen – Patiënteducatie

——————————————————————————————————————–

VIDEO

volgt later

——————————————————————————————————————–
SITUERING KRACHTIGE LEEROMGEVING

It needs a context to raise a (medical) student: Dit leertraject is opgebouwd volgens het onderwijsmodel ‘levensecht leren’ (Merriënboer, Roex ea), waarbij begeleide zelfstudie het leer- en toetsproces ondersteunt. De begeleiding wordt gradueel afgebouwd en de zelfstandigheid neemt toe in functie van de competenties van de student, mét aandacht voor de integratie van diverse deelcompetenties. Dit model gaat uit van activerend onderwijs in een blended context rondom een learning community met studenten, docenten, professionals uit verschillende contexten/disciplines (beleid en zorg) en patiënten.

Elk lesonderdeel omvat sequentieel een voorbereidende opdracht, een hoorcollege, een interactief hoorcollege met een expert, een geïntegreerde workshop met voorbereiding (geleid door peer tutoren) en een samenvattend geïntegreerd hoorcollege (zie figuur 1). De studenten krijgen achtergrondmateriaal, interactief materiaal en oefeningen, permanente zelfevaluatie en feedback door docenten en peertutors aangereikt. Het geheel wordt ondersteund door een digitaal leerplatform, met name Toledo.

De lesonderdelen starten vanuit complexe, levensechte problemen (vb. consult met een palliatieve patiënt: communicatie met een patiënt en omgeving, clinical evidence bij behandeling van pijn bij palliatieve patiënt, techniciteit van een spuitdrijver, zorgorganisaties betrokken bij palliatieve zorg, zorgethische dilemma’s).   De interdisciplinaire aanpak staat hierin centraal. De student maakt kennis met het micro, meso- en macrolevel in de gezondheidszorg en leert verder denken en handelen dan de medische discipline.

De professionele taken van de arts uit de eerste lijn staan in dit vak centraal.  Studenten verwerven stapsgewijs de nodige kennis, vaardigheden en attitudes om die taken binnen een veilige simulatieomgeving te kunnen oplossen.

Het leren vertrekt en eindigt in die concrete beroepstaken. De uiteenlopende aangereikte thema’s worden op een geïntegreerde wijze aangeboden.

In 2023 won Birgitte Schoenmakers de prijs van de onderwijsraad: https://www.kuleuven.be/onderwijs/prijs-onderwijsraad/2022-2023/gezondheid

——————————————————————————————————————–

WAAROM IS KWALITEITSVOL PRAKTIJK VOEREN EEN KRACHTIGE LEEROMGEVING?

De student kan:

  1. tijdens een klinisch consult, de verschillende stappen die erin ondernomen worden duiden, verantwoorden en noteren in het elektronisch medisch dossier (EMD).
  2. een strategie uitwerken voor de aanpak van een ethisch probleem in het consult
  3. mits ondersteuning en in een simulatieomgeving, audits uitvoeren ter verbetering van de aanpak van bepaalde aandoeningen /probleemstellingen in de eerste lijn.
  4. aan de hand van een voorbeeld, illustreren hoe het curatieve en preventieve handelen van elkaar verschillen.
  5. aan de hand van een concrete casus illustreren hoe een continue wisselwerking bestaat tussen het individu en zijn omgeving.
  6. vertrekkende van een klinische of preventieve situatie in een eerste lijnssetting, de krachtlijnen (grote lijnen) uitstippelen van een plan voor de verbetering van de kwaliteit van zorg en voor het waarborgen van de patiëntveiligheid

Op de campus – online – op locatie

  • Op de campus: interactieve hoor- en werkcolleges onder leiding van peers, docenten en mensen uit het werkveld
  • Online/thuis: begeleide zelfstudie en groepswerk
  • Op locatie/in het werkveld: huisartsenpraktijk/pre-stage

Opdracht, theoretisch en praktisch hoorcollege, online oefeningen, workshops en geïntegreerde les

  • De voorbereidende opdracht heeft als doel studenten te motiveren en actieve participatie te stimuleren, het ijken van de voorkennis en pre-teaching (flipped classroom). Op dat moment worden de studenten al een eerste keer geconfronteerd met de multi-diverse context waarin artsen en patiënten elkaar ontmoeten. Deze voorbereiding wordt teruggekoppeld tijdens het theoretisch hoorcollege waarna verdere verdieping in de theorie volgt.
  • Direct aansluitend op elk theoretisch hoorcollege, volgt een ‘praktisch hoorcollege’ met telkens een spreker-expert uit het veld: beleid (mutualiteit, ziekenhuis, WZC), sociaal assistente (CAW, Kind & Gezin), zorgorganisatie (Huis voor Gezondheid), verpleegkundige (thuisverpleging, palliatieve zorg), patiënt (chronisch zieke, patiënt met communicatieconflict in hulpverlening, ex-drugverslaafde), zorgvoorziening (wijkgezondheidscentrum). Dit deel van het hoorcollege vertrekt vanuit het veld, wordt voorbereid samen met de docent, koppelt terug naar het theoretische gedeelte en is maximaal interactief. Via activerende werkvormen (digitaal votingsysteem, kleine buzz-groepjes en een digitaal mood board) wordt de grote groep studenten betrokken. Het doel van deze praktische les is het overdragen van de theorie naar de praktijk en het verbreden van de theoretische fundamenten. Daarnaast maken we studenten gevoelig voor de meerwaarde en de uitdagingen van het werken in interdisciplinaire en interprofessionele context.
  • Na het hoorcollege gaan studenten zelfstandig aan de slag met online oefeningen met ondersteunend materiaal en met automatisch gegenereerde feedback en mogelijkheid tot discussie/interactie met de docent. Het doel is studievoortgang boeken en testen, een persoonlijke leeragenda opmaken en leren leren. Daarna volgen peer-begeleide workshops onder supervisie van een docent, waarin competenties op een geïntegreerde manier worden verdiept en verbreed. Studenten leren hier ook samenwerken en feedback geven en ontvangen. De workshops worden teruggekoppeld naar de les zodat studenten theorie en praktijk leren koppelen en vragen leren formuleren en stellen.
  • Na de tweede digitale oefensessie met vooral procedurele ondersteuning (van wat naar hoe) en na de laatste workshop, volgt een geïntegreerde les. Hierin gebeurt de integratie van alle voorgaande lesonderdelen om de studenten de samenhang te laten begrijpen, de inzichten te bestendigen en de leeragenda te voltooien. In deze afsluitende geïntegreerde les lossen studenten een realistische situatie op vanuit de verschillende perspectieven en disciplines waarmee ze doorheen het leertraject aan de slag gingen.

Figuur 1 : Sequens opbouw OLA Kwaliteitsvol praktijk voeren

Het hele leertraject is dus ultiem ‘blended’ opgesteld om het leereffect te maximaliseren:

  • de lesvormen variëren,
  • de lesgevers komen niet alleen uit de academische wereld maar ook uit het veld en uit verschillende disciplines, zorg- en welzijnsorganisaties, beleid en uit de gemeenschap (patiënten)
  • de leerinhouden worden fysiek en digitaal aangeboden in zowel verdiepende als in verbredende context en als flipped classroom
  • interactie verloopt direct tijdens de interactieve lessen en indirect via het leerplatform waar de studenten feedback krijgen op hun leerproces,
  • Toledo wordt maximaal gebruikt voor het aanbod lesmateriaal, oefeningen, testjes, polls, video’s, actua en vormt een logisch opgebouwd leerplatform

Kennistoets en gevalsbesprekingen, stage-evaluatie

Dit opleidingsonderdeel (OPO) wordt geëvalueerd aan de hand van 4 deelscores (1 per OLA).

De uiteindelijke OPO score wordt berekend op basis van een weging volgens deze formule: OLA Het klinisch consult: 3/6, OLA Zorg in de eerste lijn: 1/6, OLA Kwaliteit van zorg en patiëntveiligheid 2/6. De student moet op alle onderdelen van het OPO (examen en pre-stage) slagen om te kunnen slagen op het OPO.

Een student die niet slaagt op de pre-stage (= FAIL) zal als eindscore op het OPO een 7/20 krijgen, ongeacht de behaalde score op het examen.

  • Elektronische toets met meerkeuzevragen en open vragen, waarbij kennisvragen en gevalsbesprekingen aan bod komen
  • Evaluatie van de student door de stagebegeleider op het facultair scoreformulier.

——————————————————————————————————————–

RANDVOORWAARDEN VOOR IMPLEMENTATIE

Welke moeilijkheden kom je tegen bij de uitvoering/implementatie van dit opleidingsonderdeel? Wat was helpend?

Hindernissen

Geen, indien aan de voorwaarden voldaan wordt: zie hefbomen.

Hefbomen

Deze opbouw en uitwerking kan gebruikt worden in elke opleiding. We willen immers studenten afleveren die bereid zijn kritisch naar het eigen handelen te kijken en een leeragenda te onderhouden en die kunnen samenwerken met andere disciplines: zelfs in een wiskundige opleiding zijn er mensen uit het veld die het belang van wiskunde in de maatschappelijke en professionele context kunnen linken aan de theoretische lessen.

Bovendien is het cyclische principe waarbij een theoretische grondslag wordt gegeven en meteen gevolgd door een praktische toepassing, bruikbaar in alle opleidingen. Het schema is eenvoudig op te volgen en uit te werken als aan een aantal randvoorwaarden is voldaan.

    • Beschikbaarheid van een digitale leeromgeving met voldoende feedback.
    • Creëren van lesmateriaal dat zich leent voor blended learning.
    • Opleiden van peertutoren.
    • Engageren en instrueren van mensen uit het veld.
    • Instructie van studenten over het onderwijsmodel.
——————————————————————————————————————–
ALGEMENE INFORMATIE OVER HET OPLEIDINGSONDERDEEL KWALITEITSVOL PRAKTIJK VOEREN
 
  • Onderwijsinstelling: Katholieke Universiteit Leuven
  • Richting: Bachelor in de geneeskunde
  • Jaar: 3de jaar
  • Verantwoordelijke lesgever:   
  • Aantal studiepunten en tijdsbesteding:  7 STP –  82 contacturen
    • Opgedeeld in 4 onderdelen:
      • Het klinisch consult (3 STP, 22u)
      • Zorg in de eerste lijn (1.5 STP, 9u)
      • Kwaliteit van zorg en patiëntveiligheid (1.5 STP, 8u)
      • Pre-stage huisartsgeneeskunde (1 STP, 43u)
  • VTE belasting lesgever: 82 contacturen verdeeld over docenten, onderwijsondersteuners en peer tutoren
  • Link naar ECTS fiche:
    • link naar ECTS-fiche_kwaliteitsvol praktijk voeren_KUL
    • pdf: ECTS_kwaliteitsvol praktijk voeren_KUL
    • Extra info:
      • Referenties
        1. Vandewaetere M, Manhaeve D, Aertgeerts B, Clarebout G, Van Merrienboer JJ, Roex A. 4C/ID in medical education: How to design an educational program based on whole-task learning: AMEE Guide No. 93. Med Teach. 2015;37(1):4-20.
        2. Frerejean J, van Merriënboer JJG, Kirschner PA, Roex A, Aertgeerts B, Marcellis M. Designing instruction for complex learning: 4C/ID in higher education. European Journal of Education. 2019;54(4):513-24.
  • Onderdeel van een leerlijn: Deel van de leerlijn Mens, Milieu en Maatschappij

DOELGERICHTE EERSTELIJNSZORG

 

  • Plaats in curriculum: 3e jaar, Bachelor in ergotherapie
  • Interprofessionele studentengroep: Neen
  • Authentieke context: Op campus – Online – Op locatie
  • Competenties: Coaching – Samenwerking – Coördinatie – Communicatie – Probleemoplossend vermogen – Patiënteducatie

——————————————————————————————————————–

VIDEO 

geen filmpje beschikbaar

——————————————————————————————————————–
SITUERING KRACHTIGE LEEROMGEVING

In dit keuze opleidingsonderdeel worden studenten ondergedompeld in de eerstelijnszorg, het kader van geïntegreerde zorg, thema’s zoals doelgerichte zorg, zelfmanagement en interprofessionele samenwerking én de rol van de ergotherapeut in de eerste lijn. In dit opleidingsonderdeel worden de lesinhouden toegepast in real life en gaat de student op zoek naar relevante en betekenisvolle activiteiten voor de persoon met een zorg- en ondersteuningsnood (PZON) die door de chronische aandoening, de multimorbiditeit en/of sociale problemen niet meer mogelijk zijn.

Doelgerichte zorg is een nieuwe visie op zorg en welzijn. Doelgerichte zorg  stelt de levensdoelen van de PZON centraal. Er is heel veel onderzoek beschikbaar, maar de toepassing in de praktijk is evenwel niet zo evident. Om die gap tussen theorie en praktijk te overbruggen, is dit opleidingsonderdeel cruciaal om toekomstige studenten voor te bereiden op de praktijk. Doelen worden jammer genoeg vaak geformuleerd vanuit een probleem perspectief (de ziekte) en niet vanuit een behoefte perspectief (de mens). Het komt er vaak op neer dat het professionele doelen zijn en geen levensdoelen. Inzichten vanuit een praktijkgericht kwalitatief onderzoek van de Arteveldehogeschool werden omgezet naar een methodiek die net die zaken bevraagt die door de PZON als belangrijk worden aangegeven. Zo werd CLEVER ontwikkeld, een protocol met gestructureerde interview gids om – vertrekkend vanuit betekenisvolle activiteiten – levensdoelen helder te krijgen voor de persoon zelf en zijn omgeving, inclusief het eerstelijns team. De studenten krijgen inzicht in de verschillende actuele concepten: doelgerichte zorg, zelf management en transdisciplinair samenwerken en gaan snel zelf aan de slag met verschillende methodieken en tools doelgerichte zorg, zoals CLEVER. CLEVER is een tool die met name geschikt is voor ergotherapeuten door de focus op betekenisvolle activiteiten.

Meer info over CLEVER: https://www.arteveldehogeschool.be/projecten/clever-doelbepaling-eerstelijnsgezondheidszorg

 

——————————————————————————————————————–

WAAROM IS DOELGERICHTE EERSTELIJNSZORG EEN KRACHTIGE LEEROMGEVING?

De student:

  1. kent de eerste lijn in relatie met integrated care, organisatie van de eerste lijn en belangrijkste pijlers van de eerste lijn, namelijk doelgerichte zorg, zelfmanagement ondersteuning en transdisciplinair samenwerken.
  2. voert een gesprek met een pzon en stelt een gepast plan op volgens de principes van shared decision making met inbegrip van interdisciplinaire planning.
  3. neemt een tool doelgerichte zorg af waaruit blijkt dat de student via een gesprek een vergroot begrip krijgt in de situatie van de cliënt. De student reflecteert over de afname van een tool doelgerichte zorg en de toepasbaarheid van de methodiek binnen een reële werksetting.
  4. ontwikkelt kritische zin en geeft blijk van een innovatie-gerichte onderzoeksinstelling.
  5. kan op een creatieve en duidelijke manier communiceren met externen.

Campus – thuis/online – op locatie/real life

  • Campus: interactieve hoorcolleges, groepsdiscussies, overleg
  • Thuis/online: begeleide zelfstudie, reflectie, opdracht maken
  • Op locatie/real life:
    • Gesprekken met een persoon met een zorg en ondersteuningsnood (gebruik van een tool doelgerichte zorg, vb clever).
    • In de buurt: wijkgezondheidscentrum.

Theorie, getuigenissen, praktijk, casuïstiek, groepsdiscussie, reflectie en creatieve presentatie

  • Theorie: hoorcolleges waar de recente (re)organisatie van de eerste lijn, doelgerichte zorg, zelfmanagementondersteuning, interdisciplinair samenwerken, geïntegreerde zorg, zorgzame buurten, ergotherapie in de eerste lijn… aan bod komen.
  • Getuigenissen van ergotherapeuten in de eerste lijn: mix van zelfstandige ergotherapeuten en ergotherapeuten in dienstverband.
  • Praktijk: eerst in de les aan de slag met een tool doelgerichte zorg om vervolgens in real life met een PZON doelen helder te krijgen.
  • Casuïstiek: via de real life casus stellen de studenten een interdisciplinair zorgplan op.
  • Groepsdiscussies: over de thema’s die in de lessen aan bod komen.
  • Reflectie en creatieve presentatie: werkstuk en filmpje voorstellen om ervaringen te delen met de groep en lesgevers.

Werkstuk

De studenten worden geëvalueerd op hun werkstuk volgens de volgende criteria. Deze criteria gelden voor alle keuze opleidingsonderdelen.

  • De student toont aan dat hij/zij theoretische kennis heeft over de onderwerpen van dit keuze-olod: -/5
  • De student kan geïntegreerd therapeutische technieken en methoden toepassen bij de doelgroep: -/5
  • De student toont aan waar hij/zij zich verder kan verdiepen in de materie behandeld in dit keuze-olod: -/5
  • De student bewijst dat dit keuze-olod zijn/haar therapeutische ontwikkeling naar een hoger niveau heeft gebracht: -/5

——————————————————————————————————————–

RANDVOORWAARDEN VOOR IMPLEMENTATIE

Welke moeilijkheden kom je tegen bij de uitvoering/implementatie van dit opleidingsonderdeel? Wat was helpend?

Hindernissen

  • Het is een keuze opleidingsonderdeel.
  • De studenten moeten inschrijven voor een thema naar keuze. In elk keuze opleidingsonderdeel zijn er echter beperkte plaatsen waardoor sommige geïnteresseerde studenten uit de boot vallen terwijl anderen ingeschreven zijn in een opleidingsonderdeel dat niet hun eerste keuze is. Hierdoor kan de motivatie van sommige studenten laag zijn.

Hefbomen

  • Eerstelijnszorg komt steeds meer op de kaart. Studenten zien ook steeds meer het belang van eerstelijnszorg.
  • Publicatie van Go Ergo. Go! waardoor ergotherapie in de eerste lijn meer zichtbaarheid heeft gekregen.
  • Een keuzemodule geeft vrijheid en flexibiliteit om nieuwe innovaties en concepten aan studenten mee te geven.
——————————————————————————————————————–
ALGEMENE INFORMATIE OVER HET OPLEIDINGSONDERDEEL DOELGERICHTE EERSTELIJNSZORG
 
  • Onderwijsinstelling: Artevelde Hogeschool
  • Richting: Bachelor in de Ergotherapie
  • Jaar: 3e jaar
  • Verantwoordelijke lesgever:   
    • Patricia De Vriendt

PATIËNTGERICHTE ZORG

  • Plaats in curriculum: 1ste jaar, Master in de farmaceutische zorg
  • Interprofessionele studentengroep: Neen 
  • Authentieke context: Op campus – Op locatie
  • Competenties: Coaching – Samenwerking – Coördinatie – Communicatie – Probleemoplossend vermogen – Patiënteducatie

——————————————————————————————————————–

VIDEO 

geen video beschikbaar

——————————————————————————————————————–

SITUERING KRACHTIGE LEEROMGEVING

Hoorcolleges vormen de basis van de leeractiviteiten; de inhoud wordt telkens op een interactieve manier  (o.a. aan de hand van videomateriaal) besproken. In de werkcolleges wordt de inhoud van de hoorcolleges geoefend. Zo zijn er workshops in groepjes waarbij casussen en rollenspellen aan bod komen. De student neemt een interview af bij een patiënt, waarna de health beliefs en de invloed hiervan op gezondheidsgerelateerd gedrag besproken worden in groep. Tot slot wordt gereflecteerd over de informatiebehoefte van deze patiënten en wordt er een patiëntgerichte tekst uitgewerkt.

——————————————————————————————————————–

WAAROM IS PATIËNTGERICHTE ZORG EEN KRACHTIGE LEEROMGEVING?

De student:

  • beschrijft de basisprincipes van farmaceutische zorg/klinische farmacie en past die beperkt toe.
  • kan het belang van farmaceutische zorg/klinische farmacie motiveren.
  • kan wetenschappelijke literatuur i.v.m. de impact van zorginterventies interpreteren en argumenteren hoe dergelijke interventies ingepast kunnen worden in het Belgisch zorgsysteem.
  • kan de kernconcepten van geïntegreerde en patiëntgerichte zorg expliciteren.
  • begrijpt welke factoren het gezondheidsgedrag bepalen en kan theoretische modellen toepassen die gebruikt worden om dit te verklaren.
  • kan factoren die het gezondheidsgedrag van mensen bepalen, identificeren op basis van een interview met een patiënt.
  • kan de basisstructuur van elke eerste uitgifte begeleiding, tweede uitgifte begeleiding en herhaalde uitgifte gesprek aangeven en kan deze structuur beperkt toepassen.
  • kan een verantwoord apotheker-patiënt gesprek voeren bij een vraag naar zelfzorgadvies.
  • kan een voor patiënten vlot leesbare tekst schrijven over een bepaalde aandoening / gebruik van geneesmiddelen, …
  • kan aandachtig luisteren en kan empathisch reageren en kan basis motiverende gesprekstechnieken toepassen.
  • kan reflecteren over zijn communicatieve vaardigheden en kan werkpunten formuleren.

Campus – op locatie/in het werkveld

  • Campus:
    • hoorcollege
    • casuïstiek
    • rollenspel
    • groepswerk
    • opdrachten
  • Werkveld: Interview van een patiënt in de thuissituatie.

Hoorcollege, workshops en opdrachten: casuïstiek, rollenspel, groepswerk, patiëntinterview 

Interactieve hoorcolleges, waarbij vertrokken wordt van actualiteit, casussen, filmpjes.

  • De organisatie van zorg en de rol van de verschillende actoren
  • Geneesmiddelgebonden problemen en de rol van de apotheker
  • Nieuwe evoluties en evidenties
  • Basisconcepten van communicatie

Journal club: groepswerk

  • Studenten lezen in groepjes een paper waarin de impact van een farmaceutische zorg interventie wordt bestudeerd. Ze maken een kritische bespreking van de paper waarin ze mogelijkheden voor implementatie in de Belgische context beargumenteren.

Patiëntinterview

  • Studenten interviewen individueel een patiënt met een chronische aandoening. In kleine groepjes gaan ze vervolgens na welke elementen i.v.m. health beliefs en gezondheid gerelateerd gedrag ze opgepikt hebben uit de interviews. Ze maken een reflectief verslag waarin de theoretische concepten toegepast worden en geïllustreerd worden met materiaal uit de interviews.

Opdracht patiëntgerichte tekst

  • Detecteren van een informatiebehoefte en uitwerken van patiëntgerichte en begrijpbare informatie die gebruikt zou kunnen worden bij het voeren van een eerste uitgifte begeleidings – (EUB) gesprek, of van een patiëntgerichte tekst voor website, socialmedia, folder of brochure voor de geïnterviewde patiënt (of vergelijkbare doelgroep).

Workshops met casuïstiek en rollenspel: actief luisteren, empathie, motivationele gesprekstechnieken, zelfzorgadvies in de apotheek.

Vrijblijvende sessie medisch Frans of Engels.

Paper – reflecties – procesevaluatie

  • Paper/werkstuk :
    • Opdracht “Journal club”,
    • Opdracht “patiënt interview”,
    • Opdracht “schriftelijke informatie”.
  • Communicatietraining ‘zelfzorgadvies’: medewerking tijdens contactmomenten.
  • Reflecties bij de verschillende opdrachten gebundeld in een portfolio.

In totaal 5 beoordelingen; die evenveel doorwegen in de uiteindelijke score. Als een student op één of meerdere onderdelen een 7/20 of lager behaalt, krijgt hij echter een onvoldoende op het OPO.


RANDVOORWAARDEN VOOR IMPLEMENTATIE

Welke moeilijkheden kom je tegen bij de uitvoering/implementatie van dit opleidingsonderdeel? Wat was helpend?

Hindernissen

nog aan te vullen

Hefbomen

nog aan te vullen

——————————————————————————————————————–

ALGEMENE INFORMATIE OVER HET OPLEIDINGSONDERDEEL PATIËNTGERICHTE ZORG

  • Onderwijsinstelling: KU Leuven
  • Richting: Master in de farmaceutische zorg
  • Jaar: 1e jaar (farmaceutische zorg)
  • Verantwoordelijke lesgever:     
  • Aantal studiepunten en tijdsbesteding: 4 STP –  48 contacturen
  • VTE belasting lesgever:
    • 181u verdeeld over 10 personen waaronder 1 docent, 1 onderwijsmedewerker en PhD studenten
      • Contacturen: 30 uur hoorcollege (1 docent) en 46u workshops (2 docenten),
      • Evaluatie: 75 uur (verdeeld over 10 personen)
      • Voorbereiding (uitwerken lesmateriaal, filmpjes, documenten): 30 uur
  • Link naar ECTS fiche:
  • Onderdeel van een leerlijn: Deel van de leerlijn “Farmaceutische Zorg”

WERKVELDSTAGE

  • Plaats in curriculum: 1ste jaar, Master in de farmaceutische zorg.
  • Interprofessionele studentengroep: Neen
  • Authentieke context: Op campus – Op locatie
  • Competenties: Coaching – Samenwerking – Coördinatie – Communicatie – Probleemoplossend vermogen – Patiënteducatie

——————————————————————————————————————–

VIDEO 

geen video beschikbaar

——————————————————————————————————————–

SITUERING KRACHTIGE LEEROMGEVING

Toekomstige apothekers maken kennis met verschillende disciplines in de eerste lijn (huisarts, thuisverpleegkundige, apotheker, etc.) via een ‘werkveldstage’, die onderdeel uitmaakt van de masterproef.  Deze stage laat de apothekers in opleiding proeven van de eerstelijnszorg in al zijn facetten, hen een beter beeld meegeven van het takenpakket van de verschillende zorgverleners en hen aanknopingspunten geven voor de rol van de apotheker binnen een interdisciplinair zorgteam.

Meer informatie over de masterproef is te vinden via volgende link: https://pharm.kuleuven.be/reglementen/protocol-vernieuwde-masterproef-fz-2emaster

——————————————————————————————————————–

WAAROM IS DE WERKVELDSTAGE EEN KRACHTIGE LEEROMGEVING?

Voor de werkveldstage als onderdeel van Masterproef 1 met klinische stage of met officinale stage

De student:

  • heeft inzicht in de rol (en verantwoordelijkheden) van de apotheker in de eerste lijn, kan deze rol kritisch benaderen en aangeven hoe de apotheker een positieve bijdrage zou kunnen leveren bij diverse uitdagingen waar andere zorgverleners mee geconfronteerd worden.
  • kan de theoretische kennis uit de lessen (o.a. OPO farmacotherapie) toepassen in de stage-context.
  • heeft een multidisciplinaire blik op zorg voor patiënten in de eerstelijn en heeft een open houding ten aanzien van andere zorgverleners.
  • heeft een duidelijker beeld van de patiënten bij huisartsen, thuisverpleegkundigen, … en bewoners van WZC.
  • kan mondeling een casus voorstellen aan medestudenten en begeleiders.

Campus – op locatie

  • Introductiedag en 2 terugkomdagen op de campus.
  • 8 stagedagen in de eerste lijn.
  • Begeleiding door docenten en externen.

Interactief werkmoment – Stage – Intervisie: casuïstiek en reflectie

Dag 1: introductiedag

  • Brainstorm en verkenning: de verschillende actoren in de eerstelijn
  • Interactief werkmoment aan de hand van uitdagende casussen:
    • Wat zijn de doelstellingen voor deze patiënt? (goal-oriented care)
    • Wie kan bij de zorg voor deze patiënt betrokken worden?
  • Verduidelijking bij de brede opdrachten waarover gerapporteerd kan worden
  • Opstellen van persoonlijke doelstellingen voor de stage: dingen die je gezien/gedaan wil hebben op de stageplaatsen, waar je wil op letten, wat je willen vragen, …

Stage: 1 dag per week, in principe op vrijdag (vrijgeroosterd)

  • 1 dag in een openbare apotheek
  • 1 dag bij een huisarts
  • 1 dag bij een thuisverpleegkundige
  • 1 dag in een WZC
  • 4 dagen naar keuze (maximaal 2 dagen bij zelfde type zorgverlener): kinesitherapeut, Kind&Gezin, diëtist, logopedist, psycholoog, …
  • Dag 6 en 11: terugkomdagen (telkens halve dag)

Intervisie: studenten stellen casussen voor en delen concrete ervaringen en reflecties

Aanwezigheid – Inzet – Presentatie

——————————————————————————————————————–

RANDVOORWAARDEN VOOR IMPLEMENTATIE

Welke moeilijkheden kom je tegen bij de uitvoering/implementatie van dit opleidingsonderdeel? Wat was helpend?

Hindernissen

  • Niet elke zorgverlener (stagemeester) begrijpt het doel van deze stage
  • Externen, andere zorgverleners buiten apothekers, mee betrekken

Hefbomen

  • Enthousiasme binnen het docententeam.
  • Enthousiaste reacties van studenten: studenten geven aan dat ze door de stage en intervisiemomenten groeien in hun rol, een beter zicht krijgen op de actoren in de eerstelijn, en mogelijkheden zien voor samenwerking. Bovendien vinden ze hierin motivatie voor de meer theoretische OPO’s, ze willen echt hun rol als expert kunnen opnemen.
  • Enthousiaste reacties bij zorgverleners: zorgverleners vinden het echt een meerwaarde om input te krijgen van een student farmaceutische zorg. Ze gaan daardoor ook zelf reflecteren over het belang van samenwerking in de eerstelijn, en geven aan dat de mogelijke bijdrage van de apotheker in veel gevallen onderbenut wordt.

——————————————————————————————————————–

ALGEMENE INFORMATIE OVER HET OPLEIDINGSONDERDEEL WERKVELDSTAGE, ALS DEEL VAN MASTERPROEF 1 MET KLINISCHE STAGE OF OFFICINALE STAGE

  • Onderwijsinstelling: KU Leuven
  • Richting: Master Farmaceutische Zorg
  • Jaar: 1ste jaar
  • Verantwoordelijke lesgever:     
    • Veerle Foulon
    • Contact: veerle.foulon@kuleuven.be 
  • Aantal studiepunten en tijdsbesteding: 3 STP
    •  14 contacturen + 64 uur stage
    • Onderdeel van Masterproef 1 met klinische stage of met officinale stage – 15STP
  • VTE belasting lesgever:
    • (1e jaar: 172u)
    • 140u verdeeld over 6 personen waaronder 1 docent, de stagecoördinator en PhD studenten die intervisies mee begeleiden.
      • Ontwikkeltijd: 32u, verdeeld over 3 personen (enkel eerste jaar).
      • Jaarlijks: 4u ; Evaluatietijd: 8u, verdeeld over 3 personen
      • Contacturen: 128u verdeeld over 6 personen

  • Onderdeel van een leerlijn: Deel van de leerlijn “Farmaceutisch Werkveld”

METHODISCH WERKEN IN LOGOPEDIE EN AUDIOLOGIE

  • Plaats in curriculum: 1ste jaar, Bachelor in de logopedie en audiologie.
  • Interprofessionele studentengroep: Neen
  • Authentieke context: Op campus – Online
  • Competenties: Coaching – Samenwerking – Coördinatie – Communicatie – Probleemoplossend vermogen – Patiënteducatie – Assessment – Therapie/interventie

——————————————————————————————————————–

VIDEO 

geen video beschikbaar

——————————————————————————————————————–

SITUERING KRACHTIGE LEEROMGEVING

Het contactonderwijs wordt georganiseerd via interactieve hoorcolleges, werkcolleges en praktijklessen. De lesgevers van dit opleidingsonderdeel aarzelen niet om mee in te stappen met de studenten in praktijklessen van andere opleidingsonderdelen. Aan de hand van teamteaching wordt het methodisch handelen concreet toegepast binnen de verschillende interventiedomeinen. Daarnaast wordt het zelfstandig en samenwerkend leren gestimuleerd via taken en opdrachten in zelfstudie of in groep. Op het einde van de lessenreeks vindt een responsiecollege plaats.

 

Volgende thema’s komen aan bod:

  • Visie op zorg en methodisch werken: evoluties en trends in de gezondheidszorg en maatschappij, procesmodel, stakeholders in het zorgproces (patiënt, professional, context)
  • Het biopsychosociaal model – ICF
  • Diagnostisch handelen: intake, onderzoek, gebruik van testmateriaal, diagnoseteam, adviesgesprek, observatie-en registratiemethoden, onderzoeksplan en onderzoeksverslag
  • Therapeutisch handelen: didactiek/orthodidactiek, model Van Gelder, model van Deming, SMART-doelen, didactische principes, behandelplan en sessieverslag
  • Situering organisatie onderwijs, gezondheidszorg en welzijn in Vlaanderen
  • Digitalisering
  • Ethiek en deontologie: patiëntenrechten, definities en begrippen die met de discipline ethiek verbonden zijn, relatie ethiek-deontologie-wetgeving, invloed van waarden op het handelen (persoonlijk, anderen, werkveld)

——————————————————————————————————————–

WAAROM IS METHODISCH WERKEN IN LOGOPEDIE EN AUDIOLOGIE EEN KRACHTIGE LEEROMGEVING?

De student:

  • plant en voert screeningsactiviteiten uit
  • stelt vanuit een gefundeerde visie op zorg een wetenschappelijk onderbouwd assessmentplan op, voert deze uit, evalueert en stuurt bij waar nodig
  • stelt vanuit een gefundeerde visie op zorg een wetenschappelijk onderbouwd interventieplan op, voert deze uit, evalueert en stuurt bij waar nodig
  • coacht, traint en adviseert vanuit een logopedische/audiologische expertise
  • werkt samen met cliënt, cliëntsysteem, collega’s en andere disciplines en medeverantwoordelijkheid dragen
  • ontwerpt een duurzame werkomgeving en beheert deze volgens de geldende kwaliteitscriteria vanuit een kritische en ondernemende ingesteldheid: ondernemingsplan, beroepsadministratie, …
  • rapporteert en communiceert over het logopedisch/audiologisch handelen
  • reflecteert over levensbeschouwing en zingeving (ethiek)
  • reflecteert en stimuleert eigen professionele ontwikkeling (levenslang leren)

Campus – Online

  • Op de campus: hoorcolleges, praktijklessen, debat, skillslab
  • Online: taken in zelfstudietijd

Interactieve hoorcolleges – werkcolleges – praktijklessen/skillslab – zelfstudie/digitaal leerpad – casuïstiek – opdrachten

  • Interactieve hoorcolleges, werkcolleges en praktijklessen met een ‘blended’ karakter.
  • Studenten krijgen de theorie via hoorcolleges en gaan nadien in groep aan de slag tijdens praktijklessen. We werken telkens met dezelfde subgroepjes om de samenwerkingsvaardigheden te versterken.
  • Sommige theoretische inhouden worden door de studenten zelf verwerkt aan de hand van verschillende kennisclips of verrijkte powerpoints. In de praktijk wordt de theorie concreet toegepast aan de hand van casussen (al dan niet met illustratieve filmpjes).
  • Theoretische inhouden die studenten zelfstandig dienden te verwerken, worden getoetst vooraleer verder te gaan met de praktische toepassing in praktijklessen (cf. team-based-learningmethode).
  • Er wordt ook gewerkt met een volledig digitaal leerpad in Canvas dat studenten zelfstandig moeten doorlopen.
  • Zelfstandig en samenwerkend leren via taken en opdrachten in zelfstudie of in groep.
  • Op het einde van de lessenreeks krijgen studenten de kans om vaardigheden extra in te oefenen in subgroepen (skillslab). Dit vormt een extra (en zinvolle) oefenkans voor het observatie-examen.

Vooruitgeschoven schriftelijk examen (20%) – observatie-examen (50%) – schriftelijk examen (30%)

  • Een aantal inhouden worden via team-based learning aangebracht en schriftelijk geëvalueerd tijdens een vooruitgeschoven examen (schriftelijke evaluatie). 20%
  • Het observatie-examen bestaat uit het tonen van deelvaardigheden in een carrousel. 50%
  • Het schriftelijk examen bestaat uit meerkeuzevragen, open vragen en de deelvaardigheden observeren, rapporteren en beoordelen beroepsproducten (onderzoeksplan, onderzoeksverslag, sessieverslag). 30%

——————————————————————————————————————–

RANDVOORWAARDEN VOOR IMPLEMENTATIE

Welke moeilijkheden kom je tegen bij de uitvoering/implementatie van dit opleidingsonderdeel? Wat was helpend?

Hindernissen

  • Het observatie examen vergt heel wat tijdsbelasting van verschillende docenten om alle studenten aan het werk te kunnen zien en vergt heel wat organisatie van de verantwoordelijke lesgever.
  • Financiering van dit OLOD ligt vrij hoog, omwille van de verschillende lessen in teamteaching.
  • Sommige PDT-studenten hebben vrijstellingen voor de OLODS van de interventiedomeinen waar teamteaching plaatsvindt. Dat vergt wat organisatie om voldoende oefenkansen te voorzien.

Hefbomen

  • De samenwerking tussen de experts van de verschillende interventiedomeinen en de docenten ‘methodisch handelen’ (cf. teamteaching) maakt dat de studenten de basisprincipes van dit logopedisch/audiologisch handelen van bij de start correct kunnen toepassen in eenvoudige situaties.
  • Het observatie-examen geeft een grondig beeld van het functioneren van de student voor eenvoudige logopedische/audiologische handelingen.

——————————————————————————————————————–

ALGEMENE INFORMATIE OVER HET OPLEIDINGSONDERDEEL METHODISCH WERKEN IN LOGOPEDIE EN AUDIOLOGIE

  • Onderwijsinstelling: Artevelde Hogeschool Gent
  • Richting: Bachelor in de logopedie en audiologie
  • Jaar: 1ste jaar
  • Verantwoordelijke lesgever:     
    • Lien Goethals
    • Contact: lien.goethals@arteveldehs.be
  • Aantal studiepunten en tijdsbesteding: 5 STP
    •  26 hoor- en werkcolleges,
    • 10u praktijklessen
    • 13u taken in zelfstudietijd
    • 80u zelfstudie
    • 6u toets- en examentijd
  • VTE belasting lesgever:
    • 0.37 VTE verdeeld over 3 kernlesgevers + uitbreiding met lesgevers digitalisering, ethiek en juryleden observatie-examen

LEERWERKPLAATS IN SAMENWERKING MET VERSCHILLENDE WOONZORGCENTRA 

  • Plaats in curriculum: HBO5 verpleegkunde, module toegepaste verpleegkunde
  • Interprofessionele studentengroep: Neen
  • Authentieke context: Op campus – op locatie
  • Competenties: Coaching – Samenwerking – Coördinatie – Communicatie – Probleemoplossend vermogen – Patiënteducatie

——————————————————————————————————————–

VIDEO 

geen video beschikbaar

——————————————————————————————————————–

SITUERING KRACHTIGE LEEROMGEVING

Studenten nemen de werking/organisatie van een afdeling binnen een woonzorgcentrum over. De taken van de studenten zijn zeer ruim gaande van zorg-gerelateerde taken tot logistieke taken en zinvolle dagbesteding. Dit project duurt gemiddeld één maand. De studenten worden doordreven opgevolgd en begeleid door de hoofdverpleegkundige, mentoren en stagebegeleiders.

——————————————————————————————————————–

WAAROM IS DE LEERWERKPLAATS IN SAMENWERKING MET VERSCHILLENDE WOONZORGCENTRA EEN KRACHTIGE LEEROMGEVING?

De student:

  • Zorgt voor een aangenaam woon- en leefklimaat en integreert een holistische mensvisie tijdens uitvoering van zorg.
  • Werkt volgens de visie van de afdeling en denkt er kritisch over na
  • Verzamelt gegevens (zorgontvanger, ziekteverschijnselen, behandelingen), maakt een planning van de zorg op, observeert holistisch.
  • Voert verpleegkundige handelingen uit.
  • Communiceert met de zorgontvanger en belangrijke derden.
  • Werkt samen in een multidisciplinair team.
  • Toont een sociale houding.
  • Neemt verantwoordelijkheid op binnen het zorggebeuren en het team.
  • Is creatief om zinvolle dagbesteding uit te werken volgens de noden van de zorgontvangers.

Campus – Op locatie

  • Stage vooraf (minimum 1 dag) op de afdeling van het woonzorgcentrum
  • Voorbereidingsweek afwisselend op de campus en in het woonzorgcentrum: leren kennen van organisatie en uitwerken van visie, uurrooster, activiteiten,…
  • Leerwerkplaats: Overname van de afdeling van het woonzorgcentrum gedurende 1 maand

kennismaking – opstellen plan van aanpak – praktijkleren – proces- en werkbegeleiding – reflectie – feedback – teambuilding

  • Voorbereidingsweek:

Voorafgaand aan de leerwerkplaats vindt er een voorbereidingsweek plaats. Tijdens deze voorbereidingsweek leren de studenten de zorgontvanger en de organisatie kennen. De studenten werken hun visie, uurrooster, plan van aanpak, betekenisvolle activiteiten… uit. Deze voorbereidingsweek vindt afwisselend plaats op de campus en in het woonzorgcentrum zelf. Elke student liep minimum één dag stage op de afdeling voor de start van de voorbereidingsweek.

  • Effectieve overname van de afdeling (praktijkleren):
    • Instaan voor de zorg van de bewoners (hygiëne, maaltijd, VPK zorg, medicatie,…)
    • Instaan voor het animatiegebeuren tijdens die periode
    • Contact hebben met familie
    • Contact hebben met arts(en)
    • Doktersbezoeken inplannen
    • Bij ZH opname van een bewoner, instaan voor alle administratie, communicatie,…
    • Inplannen van snoezelbaden,…
    • Inplannen van labo, externe consultaties, …
    • Deelnemen aan een teamvergadering (in overleg met de HVPK)
  • Proces- en/ of werkbegeleiding:
    • De stagebegeleider voert samen met de student zorgen uit aan het bed van de zorgbehoevende, die later geëvalueerd worden.
    • De stagebegeleider toets een aantal zaken bij de student: koppeling theorie-praktijk, leerproces,…
  • Intervisiemomenten
    • verwoorden wat goed loopt, wat minder goed loopt, ventileren over bepaalde zaken,…
  • Individuele reflectiemomenten
  • Feedbackmomenten van de mentor
  • Teambuilding

Stagebundel – Tussentijdse evaluatie – Eindevaluatie

Dagelijks vult de student zijn stagebundel (Medbook) aan. Hij/zij staat stil bij zijn handelen en vraagt feedback aan anderen. In het midden van de leerwerkplaats volgt er een tussentijdse evaluatie over zijn functioneren. Aan het einde van de leerwerkplaats volgt een eindevaluatie gebaseerd op het DLR-kader net zoals een andere stage.

——————————————————————————————————————–

RANDVOORWAARDEN VOOR IMPLEMENTATIE

Welke moeilijkheden kom je tegen bij de uitvoering/implementatie van dit opleidingsonderdeel? Wat was helpend?

Hindernissen

  • Groepsdynamiek
  • Motivatie
  • Medewerking vanuit het woonzorgcentrum
  • Arbeidsintensief voor stagebegeleiders

Hefbomen

  • Aandacht voor procesbegeleiding: stilstaan bij het traject en coaching van de studenten is belangrijk.
  • Professionele ontwikkeling van de student: er wordt nagegaan of de student klaar is om het werkveld te betreden.
  • Positieve beeldvorming rond ouderenzorg.
  • Doordreven samenwerking met een zorginstelling.
  • Professionele ontwikkeling van de stagebegeleider. Vergroten van de voeling met het werkveld.

——————————————————————————————————————–

ALGEMENE INFORMATIE OVER HET OPLEIDINGSONDERDEEL LEERWERKPLAATS IN SAMENWERKING MET VERSCHILLENDE WOONZORGCENTRA

  • Onderwijsinstelling: VIVES Graduaat verpleegkunde Kortrijk – Ieper – Brugge
  • Richting: HBO5 verpleegkunde
  • Jaar: Module toegepaste verpleegkunde
  • Verantwoordelijke lesgever:     
  • Aantal studiepunten en tijdsbesteding:
    • 1 week voorbereidingstijd
    • 4 weken overname van de afdeling
  • VTE belasting lesgever:
    • 1 begeleider gekoppeld per 4 studenten – 20u/week
  • Link naar ECTS fiche:
    • Draaiboek afgestemd op verschillende WZC met interne informatie, welke hierom niet gedeeld kan worden
  • Onderdeel van een leerlijn
    • Praktijkleren