3.1 Een optelsom van competenties?
Niet iedereen kan alles, niet iedereen moet alles kunnen. Dat geldt ook voor buurtgericht empowerend werken. Het is iets dat je sámen realiseert.
Het is daarom belangrijk om in beeld te krijgen wie allemaal een rol opneemt binnen een bepaalde situatie. Er is:
- de persoon zelf: doet maximaal aan zelfregie en zelfzorg naargelang de wensen en noden. Vanuit delen 1 en 2 weten we hoe belangrijk dat woord ‘wensen’ is: wat wil de persoon zelf echt? Wat is (niet) belangrijk voor hen?
- de informele spilfiguren: helpen de zorg regelen en nemen vaak een groot deel van de informele zorg op zich. Soms, maar niet altijd, officieel ‘mantelzorger’.
- de informele helpers: helpen met kleine zaken en/of occasioneel.
- het primaire professionele netwerk: bestaat uit professionals die nauw betrokken zijn bij de persoon en diens situatie. Ze vormen soms een echt team, maar zeker niet altijd zullen we zien in ‘2. Doelgerichte samenwerkingen vormgeven rond individuele situaties’.
- het secundaire professionele netwerk: bestaat uit professionals die eenmalig betrokken zijn, of occasioneel m.b.t. een hele specifieke vraag.
In deel 1 en deel 2 overliep je de competenties die horen bij buurtgericht empowerend werken. Sommige professionals hebben een opdracht, mogelijkheden en werkingsgebied die ertoe leiden dat ze al deze competenties moeten en kunnen toepassen. Iemand die generalistisch werkt en echt de buurt als werkingsgebied heeft, zal mogelijk meer competenties onder de knie (moeten) hebben dan een meer gespecialiseerde professional die voor een ruimere regio actief is.
Maar niet iedereen moet (vanuit de opdracht) en kan (vanuit de mogelijkheden, werkingsgebied) evenveel inzetten op bvb. het verbinden van het sociale netwerk rond een persoon in de buurt. Zolang iemand dat maar doet, nee?
Het eerste hulpmiddel in deel 3 is daarom de competentiecheck ‘Buurtgericht empowerend samenwerken’: zijn alle competenties voldoende afgedekt?
Eerst herhalen we, voor wie deel 1 en 2 oversloeg, kort wat de verschillende competenties inhouden. Daarna stellen we de competentiecheck voor.
3.1.1 Herhaling competenties
- Grondhouding: de manier waarop jij je gedraagt ten opzichte van personen en gebeurtenissen. Die verhouding moet oprecht en authentiek zijn opdat je in staat zou kunnen zijn om echt te luisteren.
- Integraal werken: de erkenning van de bredere context rond een (kwetsbare) persoon, waarbij men de hulpvraag of nood dus niet als afzonderlijk, of op zichzelf staand kan behandelen.
- Persoonsgericht werken: zorg die afgestemd is op iemands persoonlijke behoeften, wensen en voorkeuren waarbij de zorgverlener de persoon niet als patiënt of cliënt, maar als mens benadert.
- Ondersteunend werken: de persoon zien als gelijkwaardige actor, waarbij er een gedeelde expertise is tussen de professional en de persoon zelf.
- Proactief werken: door de vinger aan de pols te houden is het mogelijk gepaste ondersteuning te bieden op een moment dat de persoon in een nieuwe fase terechtkomt.
- Verbindend werken: vertrouwensband opbouwen, netwerk betrekken, samenwerken,
3.1.2 Competentiecheck ‘Buurtgericht empowerend samenwerken’
De competentiecheck is een eenvoudige kruistabel om na te gaan welke partners (in de rijen 3-…; R3-…) welke competenties (kolommen 3-8; K3-8) afdekken.
Let op: ook de persoon zelf, informele spilfiguren en helpers zijn deel van de samenwerking!
In kolom 2 (K2) voeg je de namen toe van de partners.
Vervolgens ga je inschatten welke partner welke competenties afdekt. Om die inschatting te maken, kan je de reflectievragen in rij 2 (R2) gebruiken.
In de rij van elke partner arceer je de cellen van de competenties die deze partners afdekt. Of, uitgebreider, je noteert op welke manier de partner een competentie afdekt.
Tot slot kijk je naar het totaalplaatje: zijn alle competenties voldoende afgedekt gezien de wensen en noden van de persoon? En, zo nee, zijn er partners die vanuit hun opdracht, mogelijkheden en werkingsgebied bepaalde competenties diepgaander of bijkomend kunnen opnemen?
De competentiecheck geeft je dus een overzicht van wie welke competenties heeft, en vormt idealiter ook het startpunt van grondige gesprekken over hoe de zorg aangepakt wordt – buurtgericht en empowerend op maat van de wensen en noden van de persoon, of toch nog niet helemaal.
| K1 | K2 | K3 | K4 | K5 | K6 | K7 | K8 |
R1 |
| Grondhouding | Persoonsgericht werken | Ondersteunend werken | Verbindend werken | Proactief werken | Integraal werken | |
R2 | In welke mate werk je vanuit gelijkwaardigheid en handel je vanuit een positief mensbeeld? | Kan je écht op maat werken en de context meepakken | Zet je in op autonomie en zelfsturing? | Ben je ondersteunend in het uitbreiden van een persoonlijk netwerk? | Hoe hou je vinger aan de pols zodat je mee vooruit kan denken? | Heb je oog voor de ruimere leefwereld en hoe deze de vraag of het doel beïnvloedt? | ||
R3 | Zelf- en informele zorg | Persoon zelf: |
|
|
|
|
|
|
R4 | Spilfiguur 1: |
|
|
|
|
|
| |
R5 | Helper 1: |
|
|
|
|
|
| |
R6 | Helper 2: |
|
|
|
|
|
| |
R7 | …
|
|
|
|
|
|
| |
R8 | Professionele zorg | Professional 1: |
|
|
|
|
|
|
R9 | Professional 2: |
|
|
|
|
|
| |
R10 | …
|
|
|
|
|
|
| |
Download Tabel competentiecheck
