Handvaten

  • Wees alert en focus op de conversatie. (vb. Kijk naar je collega, leg je smartphone of laptop opzij, …)
  • Stel vragen met de intentie om bij te leren van je collega’s.
  • Geef input, wees interactief en maak duidelijk dat je aan het luisteren bent.
  • Antwoord verbaal en toon interesse. (vb. Dat klinkt goed, Vertel daar eens meer over, …)
  • Houd rekening met je lichaamstaal; begeef of draai je met je gezicht naar je collega die spreekt.
  • Maak oogcontact om te duidelijk te maken dat je luistert en belang hecht aan wat je collega te vertellen heeft.
  • Vat geregeld samen wat je collega’s hebben verteld om duidelijk te maken dat je hebt geluisterd en begrijpt wat ze hebben verteld. Voorbeelden:
    • Maak ook duidelijk waarmee je het eens of oneens bent en sta open voor mogelijke vragen die ze hieromtrent kunnen stellen.
    • Als ik het goed begrijp, bedoel je …
  • Bevestig verbaal dat je akkoord gaat met en/of begrijpt wat er wordt gezegd. Voorbeelden:
    • Ik begrijp wat je bedoelt.
    • Knikken terwijl je collega spreekt.
  • Vermijd beschuldigingen
    • vb. waarom heb je dit gedaan.
  • Focus op het zoeken van oplossingen. Voorbeelden:
      • Wat kunnen we doen om deze problemen te voorkomen?
      • Hoe kunnen we dit nu oplossen?
  • Controleer je (on)bedoelde gezichtsuitdrukkingen.
      • Probeer fronsen, oogrollen, … te vermijden.
  • Probeer geregeld te knikken tijdens een conversatie op momenten dat je akkoord gaat met wat je collega’s vertellen.
  • Deel informatie over je persoonlijke werkstijl, noden en voorkeuren. Motiveer je collega’s om dit ook te doen.
  • Wees bereikbaar en laagdrempelig voor je collega’s.
    • vb. Maak tijd voor adhoc één op één conversaties (ook informeel), coaching en feedback sessies.
  • Communiceer op een heldere manier de reden van de meetings die je wilt organiseren.
  • Toon dankbaarheid voor de inspanningen en bijdrage van je teamleden.
  • Grijp in wanneer teamleden negatief praten over een ander teamlid.
    • vb. roddelen, lobbyen,
  • Vertoon een open lichaamshouding tegenover je collega’s.
    • vb. Kijk naar al je collega’s tijdens een gesprek, niet met je rug keren naar een deel van je team, …
  • Bouw aan een vertrouwensrelatie.
    • vb. Spreek met je teamleden over hun leven buiten het werk, …
  • Vraag actief naar input, meningen en feedback van je collega’s.
  • Onderbreek je collega’s niet en sta dit ook niet toe tijdens de overlegmomenten.
    • Zorg ervoor dat alle teamleden hun mening kunnen
      uiten zonder onderbroken te worden.
  • Verklaar je beslissing en geef achtergrondinformatie hoe je komt tot deze beslissing.
    • Dit kan mondeling, via e-mail, …
  • Accepteer en erken de input van anderen.
    • vb. Geef erkenning aan de betrokken teamleden bij een beslissing of succes.
  • Spreek klaar en duidelijk in een teamgesprek.
    • voldoende luid, goede articulatie, …
  • Steun en representeer je team.
  • Nodig je team uit om feedback te geven op je beslissingen of suggesties en ga hierop in. In discussie gaan kan leiden tot innovatie en verbetering.
  • Toon je kwetsbare en mindere kanten. Deel je persoonlijke (goede en slechte) ervaringen, geef je persoonlijke mening, …
  • Motiveer je teamleden om risico’s te nemen en doe dit ook zelf.
  • Probeer discussies tussen je teamleden te managen.
    • vb. Sta geen meerdere onderlinge conversaties toe, maak duidelijk dat onenigheden niet persoonlijk maar rond een bepaalde topic zijn,…