Organiseren van speedmeetings.

Situering

 

Het ontbreekt zorgverleners vaak aan tijd om uitgebreide en geplande meetings te organiseren, waardoor informatiedeling in gedrang kan komen.

Daarnaast weten we dat een aanzienlijk gedeelte van vermijdbare schade bij patiënten wordt veroorzaakt door slechte communicatie. En kunnen snelle, efficiënte en effectieve meetings tussen zorgverleners belangrijke rol spelen om deze schade te voorkomen en om een goede samenwerking, zorgcontinuïteit en zorgcoördinatie te garanderen.
In dit onderdeel reiken we tools aan om snelle en efficiënte overlegmomenten te houden
tussen zorgverleners. Deze overlegmomenten duren maximaal 10 minuten en vormen een
belangrijke facilitator om te bouwen aan veiligheid in de zorg.

Werkwijze

 

Voorafgaand aan een speed-meeting

Gebruik de volgende kanalen om de hulpverlener te bereiken.

• Direct contact
• Kantoor/secretaresse (doordeweeks)
• Privénummer (weekends en na werktijd)
• Mobiel

Voordat de conclusie wordt getrokken dat de hulpverlener niet te bereiken is, moet je al deze opties geprobeerd hebben.

Bij spoedsituaties dien je andere bronnen te gebruiken om de veiligheid van de patiënt te verzekeren.

dialog, tip, advice-148815.jpg

          • Als je zijn/haar voorkeur van contactname weet, gebruik die dan.
          • Kondig bijvoorbeeld je eigen beschikbaarheid aan in je mail-signature of briefhoofd.
          • Wacht niet langer dan 5 minuten tussen de verschillende pogingen.

Bereid je voor om een efficiënt gesprek met je collega te voeren.

      • Heb je de patiënt/cliënt zelf gezien?
      • Heb je de casus reeds met andere zorgverleners besproken? Indien ja, wat was hiervan de conclusie?
      • Heb je de verslagen van de patiënt/cliënt gelezen?
      • Welke zorgverlener is competent om je vraag over de casus op te lossen
      • Houd de volgende documenten bij de hand tijdens het gesprek:
        • Dossier van de patiënt/cliënt
        • Meest recente meting van vitale functies
        • Medicatielijst, allergieën, labo-uitslagen (vermeld hierbij de bron, datum en versie)

Tijdens het gesprek met een zorgverlener volg je de SBAR-methode (Situation, Background, Assessment, Recommendation)

Situation/Situatie: Over welk probleem bel je?

      • Identificeer de patiënt/cliënt
      • Beschrijf het probleem.
      • Geef informatie over de ernst van de situatie.
      • Geef de data/tijd van de gebeurtenis.

Background/ Achtergrond: Relevante informatie over de achtergrond kan de volgende items bevatten:

      • Leeftijd
      • Geslacht
      • Diagnose
      • Medicatieschema
      • Datum laatste opname (indien relevant)
      • Inhoud laatste consultatie

Assessment/ Beoordeling: Hoe beoordeel je de situatie?

      • Meting vitale functies
      • Laboresultaten
      • Inschatting urgentie
      • Beschrijf je conclusies uit je eerste observatie. (Verward, somber, …)
      •  Opsomming huidige klachten patiënt
      • Veranderingen t.o.v. laatste assessment


Reccommendation/Aanbeveling: Wat is jouw aanbeveling, wat wil je dat er gebeurt? Dit kan de volgende items bevatten:

      • De patiënt moet langsgaan bij de betreffende zorgverlener
      • Dosis of medicatie moet wijzigen. (vb. ten gevolge van een penicilline-allergie)
      • Patiënt/cliënt mag een bepaalde test niet ondergaan.